Menu

Ons werk gaat vooral op gevoel; dit leer je niet uit een boekje

Ons werk gaat vooral op gevoel; dit leer je niet uit een boekje

Ze werkte al twintig jaar als jurist, toen ze besloot daarnaast als vrijwilliger aan de slag te gaan voor Sterker sociaal werk. Ze bleek zich als een vis in het water te voelen. Ze solliciteerde vervolgens, werd aangenomen en inmiddels is Marga Trentini coördinator van het Omgangshuis. Dat ze dit succesvol doet, blijkt wel uit de cijfers: het Omgangshuis helpt jaarlijks om de omgang te herstellen tussen kinderen van bijna zeventig gezinnen met één van hun ouders.

Dat gebeurt door de kinderen op vaste zaterdagen de ouder te laten ontmoeten waarmee het contact verbroken of verstoord is. De andere ouder is wel in de buurt, maar op een andere locatie. Zo hoeven vaders en moeders elkaar niet te zien, maar krijgen kinderen wel de kans de band met de niet-verzorgende ouder te verbeteren of te herstellen.

In de watten leggen

Het is geen gemakkelijke klus die het Omgangshuis klaart: de ouders zijn flink gebrouilleerd en de kinderen hebben vaak al veel heftige dingen meegemaakt. Veertig vrijwilligers zijn wekelijks druk met het begeleiden van de kinderen naar hun andere ouder. Of met het ‘in de watten leggen’ – zoals Marga het liefdevol omschrijft – van de (veelal) moeders en vaders die hun kinderen komen brengen. Naast de vrijwilligers werken er drie dagleidsters: Chantal, Marjorie en Marije en een maatschappelijk werker, Carla, die gesprekken met ouders voert.

“Elk kind heeft één begeleider”, legt Marga uit. “Onze vrijwilligers weten hoe ze een kind spelenderwijs van de ene ouder kunnen losmaken en meenemen naar de andere ouder. Ze kunnen op hun gevoel de situatie bij de andere ouder inschatten en weten precies hoe ze dicht genoeg in de buurt blijven en tegelijk voldoende afstand bewaren. Dat is knap, want dat leer je niet uit een boekje. Onze vrijwilligers zijn allemaal ervaringsdeskundig. Ouders vinden dat fijn, het zijn voor hen gelijken in plaats van hulpverleners. In het Omgangshuis doen we alles als groep. Vrijwilligers steunen elkaar, ouders vinden herkenning en afleiding bij elkaar en dat geldt ook voor de kinderen.”

Tuinfeest

Goede zorg voor ‘haar’ vrijwilligers is belangrijk voor Marga. “We zorgen dat ze goed opgeleid zijn, steeds kunnen bijscholen, we bieden interessante bijeenkomsten met gastsprekers en we verwennen hen normaal gesproken (zonder coronapandemie) met leuke uitjes of een knalfeest”, legt ze uit. “Zonder hen zou het Omgangshuis immers nooit zo stevig staan. Het is emotioneel zwaar werk en het vraagt veel energie, omdat de gebeurtenissen écht raken. Ik heb met iedere vrijwilliger een persoonlijk lijntje en dat hoort ook zo, vind ik. Soms verleen ik nazorg, maar vaak redden ze het prima zelf. Ik ben heel dankbaar voor hun inzet. Daarom heb ik – toen de maatregelen het toelieten - in 2020 twee keer een feest voor hen gegeven in mijn eigen achtertuin. En met Kerst kregen ze een enorme doos vol verrassingen.”

Anders dan verwacht

Marga begeleidt zelf ook nog steeds ouders en kinderen. Zo blijft ze verbonden met de weerbarstige praktijk van de echt- en vechtscheidingen en kan ze echt iets betekenen. In de eerste plaats voor de kinderen, in de tweede plaats voor de ouders. Zo vertelt ze over het afgelopen jaar: “Het zijn vaak schrijnende verhalen van ouders die de weg kwijt zijn geraakt, maar de verhalen van de kinderen zijn meestal nog schrijnender. Tegen een jongetje van acht bijvoorbeeld, zei ik enthousiast (toen het zijn ouders was gelukt om een omgangsregeling te treffen): ‘Wat fijn dat je nu om de week een weekend naar papa kunt’. Maar dat jongetje bleek helemaal niet blij te zijn. Hij wilde eigenlijk niet naar papa, want die had in een onmachtige bui de hond geschopt en spullen vernield. Dat jongetje durfde niet te zeggen dat hij niet naar zijn vader wilde, want wie weet wat er dan zou gebeuren. In zo’n geval help ik om een oplossing te vinden, waarbij het kind zelf niets hoeft te zeggen. Dat neem ik dan op me. Dat jongetje was vooral ook ontdaan, omdat hij ‘al’ acht was, heel intelligent en niemand hém iets had gevraagd over de hele situatie.

“Onze vrijwilligers zijn allemaal ervaringsdeskundig. Ouders vinden dat fijn, het zijn voor hen gelijken in plaats van hulpverleners.”

Een andere jongen, twaalf jaar oud, had een hele tijd zijn vader verfoeid tegen iedereen die dat maar horen wilde. Toen zijn ouders, na echt heel veel getouwtrek over en weer, na járen eindelijk een oplossing vonden en hij weer op vaste dagen naar zijn vader kon, wist hij niet hoe hij dat in hemelsnaam aan zijn omgeving moest uitleggen. Het lukte hem niet om de knop om te zetten in zijn hoofd. Met die jongen ben ik toen twee uur langs de Waal gaan wandelen. Mijn hond ging mee. Tijdens een pauze op een boomstam, besloot ik om het eens wat luchtiger te benaderen. We hebben vanaf daar toen zelfs zijn vader opgebeld. Nadat die opening was geboden, kon hij langzaam de omslag gaan maken.”

Terug