Menu

“Iedereen heeft recht op een mooi en goed leven”

“Iedereen heeft recht op een mooi en goed leven”

Roy Hetharia is gezinscoach. Met zijn nuchtere, praktische en oplossingsgerichte instelling heeft hij in het afgelopen jaar weer voor veel Nijmeegse gezinnen het verschil gemaakt. Dat doet hij natuurlijk niet alleen. Maar hij vormt wel de centrale spin in het web van de hulpverlening waar ‘zijn’ gezinnen mee te maken hebben.

Dat je als gezinscoach een flexibele duizendpoot moet zijn, blijkt als Roy terugblikt op 2020. Hij hielp bijvoorbeeld een vloer leggen en gordijnen ophangen bij een verplichte verhuizing. Hij ontlaste een gezin met vier kinderen tijdens een van de lockdown-periodes door hun zevenjarige zoon met adhd meerdere middagen mee te nemen naar buiten. “Daarmee verlaag ik direct de spanning of de druk in een gezin”, legt hij uit. “Maar ik krijg daarnaast ook een goed beeld van de dagelijkse situatie achter de voordeur. Waardoor ik ook daarin meer structurele stappen kan helpen zetten. Om maar even het voorbeeld van de verplichte verhuizing te nemen: tijdens het leggen van de vloer, ontdekte ik binnen een dag het patroon dat bij de cliënt steeds voor relatie-ellende zorgde. En het gedrag van het zevenjarige jongetje hielp me patronen in het gezin bloot te leggen, die we vervolgens konden aanpakken door het inzetten van de juiste hulpverlening.” 

Roy springt praktisch overal in, maar laat zich niet voor elk karretje spannen. “Ik doe wat nodig is, maar ik ben altijd waakzaam. Want ik hou niet van pamperen. Mensen moeten zoveel mogelijk zelf verantwoordelijk zijn of dat zo snel mogelijk weer worden. Ik ga bijvoorbeeld niet namens ouders contact met school onderhouden. Of als mensen een vraag hebben aan hun bewindvoerder en zeggen: ‘We zitten in quarantaine, bel jij dan voor mij?’, dan leg ik ze uit dat ze daar prima zelf toe in staat zijn. Ik ben geen boodschappenjongen. Maar ik ga bijvoorbeeld wel mee naar een gesprek met een werkgever die vindt dat mijn cliënt niet goed functioneert, ter ondersteuning. Of ik regel voor een gezin met hoge schulden via een fonds een volle tas levensmiddelen. Ook spring ik in bij een prangende deadline voor een verplichte verhuizing waarbij een alleenstaande moeder met haar handen in het haar zit, omdat er een vloer gelegd moet worden. Dan trommel ik vrienden op en ligt er twee dagen later een vloer. Ik wil helpend zijn, maar daarbij hoort juist ook dat ik soms streng ben. De boeman uithangen, doe ik nooit. Het is aan een verwijzer of een rechter om uiteindelijk ‘met de vuist op tafel te slaan’.”

Waar een wil is, is een weg

Corona maakte het werk voor Roy soms tot een grotere uitdaging, maar hij ontdekte dat videobellen en contact via social media best vaak uitkomst bood. “Ik werk vrij veel met relatief jonge gezinnen en die zijn vertrouwd met deze manieren van communiceren. Natuurlijk is het dan voor inwoners gemakkelijker om bepaalde problemen te verbloemen en voor mij is de dynamiek van een gezin minder goed te peilen. Maar toch zie ik in de toekomst best een mogelijkheid om fysieke bezoeken vaker te gaan afwisselen met online contact. Waar zaken dat toelaten, uiteraard!” 

Soms is een situatie te precair of is iemand te kwetsbaar om alleen online af te spreken. Afgelopen jaar was er daarom regelmatig overleg tussen Roy en zijn procesregisseur van de gemeente (procesregisseurs zetten de coaches in bij gezinnen) over aangepaste manieren voor fysieke ontmoetingen. Zoals bij het jongetje waar de thuissituatie onder hoogspanning stond. Roy ging met hem bewegen bij een buitensportplek met allerlei fitness- en klimtoestellen of ze gingen zwemmen bij een recreatieplas. Dat gaf iedereen letterlijk en figuurlijk lucht in die situatie. En Roy ontdekte al snel het toch wel explosieve temperament van de moeder en kon daarmee aan de slag.

“Ik hou niet van ‘pamperen’. Mensen moeten zoveel mogelijk zelf verantwoordelijk zijn of dat zo snel mogelijk weer worden.”“Ik hou niet van ‘pamperen’. Mensen moeten zoveel mogelijk zelf verantwoordelijk zijn of dat zo snel mogelijk weer worden.”

Roy: “Ik zoek altijd een manier waarop iets tóch lukt. Zoals met een moeder die ik persé wilde blijven zien. Dit omdat het thuis niet goed ging en ik vond dat de kinderen zich daar niet veilig konden ontwikkelen. Ondanks dat de rechter oordeelde dat de kinderen daar wél konden blijven. Ik wilde een vinger aan de pols houden. We kwamen overeen dat het Goffertpark de tijdelijke ontmoetingsplek werd. Wij konden daar op voldoende afstand van elkaar wandelen en praten, terwijl de kinderen lekker konden spelen. Na een tijdje wilde ze afspreken met een vriendin van haar erbij en zonder haar kinderen. Tijdens die wandeling brák ze. Ze gaf aan dat ze de situatie totaal niet meer aan kon en dat ze verslaafd was aan harddrugs. Ze maakte zich veel zorgen, omdat ze vond dat haar kinderen tijdelijk beter ergens anders konden blijven, maar niet bij hun vader. Ik heb diezelfde middag het verhaal aan een gezinsvoogd voorgelegd en zij regelde met spoed een uithuisplaatsing, binnen een week. Voor de moeder regelden we een afkick- en behandeltraject. Ik ben heel blij dat we vanuit Sterker de mogelijkheden en het vertrouwen kregen om onze begeleiding tijdens de coronaperiode iets anders vorm te geven. Daardoor konden we er in ernstige situaties toch fysiek zijn voor inwoners. Online hadden we nooit op deze manier die vertrouwensband kunnen opbouwen met deze moeder.”

Laatste strohalm

Roy had in het afgelopen jaar een tiental trajecten lopen. Een traject loopt maximaal zes maanden. Daarna is hij nog negen maanden ‘standby’ en in die periode kan hij eventueel inspringen als het niet goed gaat. Als hij voor het eerst ergens komt, staat een gezin niet altijd open voor zijn inmenging. “Ik leg dan uit dat ik kom hélpen, dat ik er echt ben voor hen. Ik zeg soms letterlijk: ‘Ik neem jullie problemen nu op mijn schouders’. Dan raap ik bij wijze van spreken alle post bij elkaar, stop die in een grote zak en ga alles diezelfde dag nog uitzoeken. Of als een rechter dreigt een uitspraak te doen waardoor mensen iets gaan verliezen, zeg ik: ‘Nu ben ik er en wij gaan sámen laten zien aan iedereen dat je het dus wel kunt’. Ik wil mensen al coachend weer in beweging krijgen. Laat mij maar die laatste strohalm zijn die ze vastgrijpen om weer op te krabbelen. Mijn drijfveer? Iedereen heeft voor mij recht op een goed en mooi leven. Ik gun iedereen dezelfde kansen, maar daarbij horen voor mij net zo goed dezelfde plichten. Ik hou niet van problematiseren. Komt een kind elke dag te laat op school? Dan sta ik rustig iedere dag om kwart over acht ’s ochtends bij dat gezin op de stoep om te kijken waar het mis gaat. En help ik vervolgens om dat op te lossen. (lachend) Ik zorg wel dat ouders uit bed komen, hoor. Even serieus: met (een beetje) ondersteuning moet het lukken om het leven van iedereen weer glans te geven. Dat drijft mij, iedere dag opnieuw.” 

Terug