Menu

“Ondanks de impact van corona konden we ons doorontwikkelen"

“Ondanks de impact van corona konden we ons doorontwikkelen"

Joëlle van der Pol is coördinator Diensten Langer Thuis binnen het Ouderenwerk van Sterker. Haar drijfveer is: het leven van ouderen die langer zelfstandig blijven wonen zo aangenaam mogelijk maken. Om dat te bereiken helpt ze processen en diensten steeds verder verbeteren. Met hulp van collega’s, vrijwilligers en soms zelfs met hulp van een robot. Hoe dat in zijn werk gaat, vertelt ze graag… 

Hoe kijk je terug op het afgelopen jaar? 

“Het stond helaas nogal in het teken van corona. Ouderen vormen tijdens deze pandemie, om reden van hun gezondheid, een kwetsbare groep, dus we zijn vooral heel erg voorzichtig geweest. Onze circa tachtig bezoekvrijwilligers (die normaal gesproken wekelijks bij verschillende ouderen op bezoek gaan) hebben we ingezet als belmaatjes. Mensen die nog geen gebruik maakten van onze bezoekdienst, konden ook contact met een belmaatje aanvragen (we hebben daarvoor alle Nijmeegse ouderen die gebruik hebben gemaakt van onze diensten een kaartje gestuurd met daarop het aanbod voor zo’n belmaatje). Onze maaltijdchauffeurs zijn, ondanks hun vaak gevorderde leeftijd, wel ‘gewoon’ blijven rijden. We hebben tijdelijk ook lunchpakketten aangeboden naast de maaltijden, omdat onze boodschappendienst stil lag. Het bleek voor bijna alle boodschappenklanten mogelijk om gedurende de coronapieken iemand anders te laten inspringen, hun mantelzorgers of buren schoten bijvoorbeeld te hulp. Onze ‘Automaatjes’ mochten op een gegeven moment weer gaan rijden, maar alleen voor medisch noodzakelijke afspraken. We zorgden natuurlijk dat iedere chauffeur pakketjes met mondkapjes, handschoenen en desinfectiespray bij zich had. Onze klusvrijwilligers gingen pas in oktober weer aan de slag en ook alleen voor noodzakelijke klussen. Zo hebben we ons toch nog redelijk door het jaar weten heen te slaan.” 

Vrijwilligers zijn heel belangrijk in de organisatie van Langer Thuis. Hoe hebben zij het jaar beleefd? 

“Ze zijn onmisbaar! In totaal hebben we ongeveer 350 vrijwilligers. Het was een heel raar jaar. Veel van onze vrijwilligers zijn zelf al oud en waren daardoor soms best angstig. Met iedereen die niet kon, mocht of durfde te werken, hebben we steeds contact gehouden. Door te bellen natuurlijk. Maar ook via een gezamenlijke nieuwsbrief van alle coördinatoren. Verder hebben we online bijeenkomsten gehouden vanuit de vakgroep Vrijwilligerswerk, waaronder een heel leuke ‘Omdenksessie’. En tot slot hebben we brievenbuspakketjes verstuurd, met lekkere chocola of een hartje bijvoorbeeld, om onze vrijwilligers een hart onder de riem te steken en hen te laten weten: ‘We denken aan jullie!’” 

Was er, naast alle coronaperikelen, nog tijd om ontwikkelingen in gang te zetten of nieuwe producten te lanceren? 

“Jazeker. We zijn nog meer gaan samenwerken, dat wil zeggen: coördinatoren behandelen nu gezamenlijk alle klantvragen. Voorheen hield de één zich bezig met klusaanvragen en een ander met maatjesbezoek. Door iedereen alle soorten aanvragen te laten behandelen, kunnen we meer integraal werken, meer continuïteit bieden (als er een collega uitvalt, kan een ander het veel gemakkelijker overnemen) en beter anticiperen op wat klanten nodig hebben. Iemand die een Verhuisadvies aanvraagt, heeft misschien ook wel behoefte aan de klusservice.” 

“Onze vrijwilligers zijn onmisbaar! Natuurlijk zijn we vooral heel erg voorzichtig geweest. Met iedereen die niet kon werken, hebben we contact gehouden. Andere klussen gingen – beperkt – door. Samen hebben we ons redelijk door het jaar weten heen te slaan.” 

“Verder is de ontwikkeling van een flexpool in gang gezet. Die is bedoeld om vragen op te vangen die niet ‘standaard’ zijn. Daarmee bedoel ik bijvoorbeeld acute zaken als sneeuwruimen, omdat iemand zijn huis anders niet meer uit kan. Of een aanvraag voor hulp bij het opruimen van een complete schuur. Misschien is er onder onze vrijwilligers wel een boodschappenhulp die ook best even sneeuw wil schuiven. Zo kunnen we ook beter inspelen op de hulpvragen van ouderen die buiten de reguliere diensten vallen. Wat ook nieuw is: het welzijnsbezoek op aanvraag. Voorheen verstuurden we een brief aan mensen die een bepaalde leeftijd kregen (75, 80, 85 en 90 jaar) met de vraag of ze behoefte hadden aan zo’n informatief bezoek. Nu kunnen mensen op elk moment zelf daarvoor kiezen. We merken dat de drempel voor de aanvraag van een welzijnsbezoek lager is dan die voor het inschakelen van een ouderenadviseur.” 

En dan is er nog Tessa, een robot die ouderen thuis ondersteunt? 

“Tessa is een sociale robot die mensen met beginnende dementie helpt om structuur in hun dagelijkse leven te brengen of te houden. Ze herinnert alleenstaande ouderen bijvoorbeeld aan het innemen van medicijnen, kleine taken of geplande afspraken en ze doet suggesties voor activiteiten als puzzelen, bewegen of koffie drinken. Via een app is Tessa te vullen met agenda-afspraken, maar bijvoorbeeld ook met favoriete muziek. Het is een hulpmiddel dat mensen weer meer eigen regie geeft en zo hun zelfstandigheid ondersteunt. Daarnaast kan het wat druk wegnemen bij mantelzorgers. We hebben al eerder erg positieve ervaringen opgedaan met Tessa, in een pilot. Vanuit de Stimuleringsregeling E-health Thuis (SET) konden we vervolgens afgelopen voorjaar 27 eigen Tessa’s aanschaffen. Om de robot bij ouderen onder de aandacht te brengen, heeft ze bijvoorbeeld een keer bij iedere dagbestedingslocatie ‘gelogeerd’. Vanuit diezelfde stimuleringsregeling hebben we afgelopen najaar virtual reality-brillen en tablets aangeschaft voor de dagbesteding. Tijdens de lockdown bleek maar weer hoe belangrijk het is dat ouderen met digitale middelen kunnen omgaan. Videobellen, boodschappen bestellen; door hen te leren hoe ze dat thuis eenvoudig kunnen doen, helpen we hun zelfredzaamheid vergroten.” 

Uit nieuwsgierigheid: waar komt jouw interesse of verwantschap met ouderen vandaan? 

“Dat is begonnen bij mijn opa. Op de basisschool had ik altijd de oudste opa; hij was van 1902. Maar hij was ontzettend bij de tijd, spelde elke dag de krant en hield ervan om zich te verplaatsen in onze leefwereld. Hij kon prachtig vertellen over vroeger, over de eerste telefoon en de eerste televisie. Voor hem was het belangrijk dat kinderen en jongeren historisch besef hadden en begrepen van waaruit hun leefwereld zich had ontwikkeld. Toen ik in groep zes zat, kwam hij bij ons op school met zijn mooie verhalen. Geweldig vond ik dat. Later, in mijn studietijd, had ik bijbaantjes als huiskamerhulp in het verzorgingstehuis en als poetshulp bij thuiswonende ouderen. Dus het bleef een beetje als een rode draad door mijn leven lopen.”  

Terug