Menu

Er is een virtuele omgeving waar onze deelnemers naartoe kunnen

Er is een virtuele omgeving waar onze deelnemers naartoe kunnen

Interview Joany Gourari-Dahlmans – Coördinator Goede Dag 

Goede Dag is een concept waarbij ouderen uit de wijk op inloopbasis en zonder kosten deel kunnen nemen aan activiteiten die door derden worden georganiseerd. Dit gebeurt veelal in een aantal wijkcentra in Nijmegen. 

 

Thema: Goede Dag Online

1. Op welke manier vul je Goede Dag nu in?

“Ik ben druk bezig geweest met het ontwikkelen van Goede Dag Online, zodat er een virtuele omgeving is waar onze deelnemers naartoe kunnen. En net als in het echt, met hun breiwerkje, soepje of warme maaltijd. Het duurde even voordat we onze deelnemers in beeld hadden, want we hebben lang niet van iedereen gegevens omdat we op inloopbasis werken. Daarin heb ik met een collega en twee wijkbewoners opgetrokken, ik en mijn collega op afstand en de wijkbewoners als ogen en oren in de wijk. Via hen heb ik ook gepeild of er behoefte is aan een online alternatief en daar werd positief op gereageerd. Door middel van een website waar ze zich kunnen aanmelden koppelen we ze aan het aanbod. En waar ze vastlopen brengen we ze in contact met studenten die als helpdesk fungeren. Ik heb diverse partners benaderd die mee willen werken en een Goede Dag activiteit willen aanbieden. 

We zullen hiermee niet iedereen kunnen bereiken, dat is zuur, maar het risico van een open ontmoeting als Goede Dag. Hopelijk bereiken we hiermee ook nieuwe ouderen die we na de crisis aan ons kunnen blijven binden. Uiteraard gaan we dit ook beschikbaar stellen voor ouderen die bij mijn collega’s in beeld zijn, hoe meer hoe beter! 

We hebben deze week een kaart laten drukken voor de deelnemers die wel bij ons in beeld zijn, om ze te laten weten dat we aan ze denken. Verder heb ik wol ingezameld voor de breiers van Lol met Wol die nu thuis breien, voor daklozen. Ik was erg blij te horen dat zij gewoon doorgaan en net als ons geduldig wachten..”

2. Hoe pak je dit aan vanuit huis?

“Dat is nogal een uitdaging. Mijn gezin zit thuis in zijn totaliteit en mijn kinderen zijn nog te klein om echt te snappen wat er aan de hand is. Ze hebben merkbaar heimwee naar hun structuur, school/KDV en dan ben je soms echt tegelijkertijd moeder en professional. Ik zeg wel eens, sinds we thuiswerken, dat ik nu 24/7 sociaal werker ben. Ik sta soms te bellen met in de ene hand mijn werktelefoon en mijn andere hand veegt de hagelslag van het gezicht van m’n dochtertje. Toch heeft dat ook wel iets. Door verandering van context en werkwijze ontstaan er op een of andere manier ook weer andere ideeën en doorbreek je bepaalde (denk)patronen. Een aantal vaste dingen heb ik ingebouwd: zo is de vrijdag voor mij terugkoppel dag: ik bel standaard een aantal vrijwilligers om te vragen hoe het gaat, app/bel wat collega’s bijvoorbeeld en probeer mijn takenlijst te updaten. Op vrijdag begin ik niet aan nieuwe dingen, tenzij ik het klaarzet voor maandag. Zo werk ik achterstanden in en kan ik met een ‘rustig’ hoofd het weekend in. De rest van mijn werkdagen is voor ontwikkelen, schakelen, vergaderingen enz. Ik probeer ook elke dag samen met het gezin te pauzeren: om 12.00 laat ik alles op mijn werkplek op zolder en zal ik moeilijk of niet bereikbaar zijn. Ik mis wel mijn collega’s heel erg, ik sta soms bij mijn eigen Senseo te bellen om toch dat ‘koffieapparaat gesprekje’ te hebben… (geintje..)

3. Hoe gaat het met contact met de cliënten? Wat hoor je van hen terug? 

“Ik heb niet persé een vaste groep cliënten, dan zul je moeten zijn bij de dragers van de activiteiten. Wat ik hoor van bijvoorbeeld de vrijwilligers en een aantal wijkbewoners is ook wel wat ik van andere collega’s hoor uit het ouderenwerk: er is veel angst en onzekerheid. Het duurt echt lang, en het langs een donker en verlaten wijkcentrum lopen is niet bevorderlijk. Voor sommige ouderen is het complete activiteitenaanbod vervallen en ze durven ook niet meer naar de supermarkt; hun wereldje is nu ontzettend klein. Een van de ouderen heeft me gebeld en verteld dat ze zich erg depressief voelt maar nog geen hulp krijgt. Ik zal haar niet echt kunnen helpen maar we hebben wel afgesproken dat we elkaar elke week bellen en afspreken welke activiteiten ze kan ondernemen om zich te ontspannen.”

4. Waar maak je je zorgen over? 

Waar ik me echt zorgen om maak is dat ons bereik straks kleiner is geworden. Juist omdat we zo laagdrempelig zijn, is het lastiger om ouderen te behouden. Er was voor Grootstal net een heel mooi artikel geschreven over Goede Dag voor in het wijkblad, dat is zo zonde. Er is nu niks in het wijkcentrum te doen en de energie die we er tot nu toe in hebben gestoken zullen hoogstwaarschijnlijk moeten herhalen. 

Terug