Menu

Ik geef mensen het gevoel dat ik er toch voor ze kan zijn

Ik geef mensen het gevoel dat ik er toch voor ze kan zijn

Interview met Mustapha El Karouni, maatschappelijk werker

Het zijn lange dagen. Ik begin vaak al vroeg, rol als het ware uit mijn bed zo naar de pc en dan begin ik te werken. Mailen, bellen, videobellen: ik ben de hele dag bezig. Hier thuis lopen nog een paar kinderen rond, die aandacht nodig hebben en die ik moet helpen bij de opdrachten van school. Ik sta als het ware de hele dag aan.

Bij de eerste signalen over Corona en de daaropvolgende lockdown ben ik meteen aan de slag gegaan. Ik heb me heel goed voorbereid: alle apps waarmee je kunt videobellen heb ik gedownload: Zoom, Teams, Skype, noem maar op. Ik wilde met iedereen contact houden. Heb ook meteen al mijn cliënten gebeld of een berichtje gestuurd. Heel persoonlijk: we kwamen ten slotte allemaal in een onzekere periode terecht. Sommigen van hen reageerden meteen dat ze vonden dat mijn aandacht maar eerst uit moest gaan naar de mensen die het harder nodig zouden hebben dan zij. Heel lief. Toch blijf ik met de meesten contact houden. Meestal via de telefoon en als een cliënt dat wil, heel graag met beeld erbij. Vaak willen ze dat niet: videobellen doe je met je familie of met vrienden, niet met een hulpverlener.

Ik vind het zelf geweldig dat beeldbellen: een hele grote stressfactor minder! Ik heb gewoon vanaf mijn eigen plek met iedereen contact! Je kunt vanaf iedere locatie vergaderen. Geen reistijden meer, dat scheelt een hoop tijd. Dat maakt dat ik veel flexibeler ben met mijn agenda en ik veel efficiënter kan werken. Dat ga ik er ook in houden na de crisis.

Uiteraard wil ik cliënten wel blijven zien. Zeker als ik ze nog niet ken of als het om een complexe situatie gaat. Als je bij iemand op huisbezoek gaat krijg je indirect veel informatie. Nu regel ik bijvoorbeeld een laptop voor een gezin dat ik nog nooit heb gezien. Dat voelt wel een beetje raar.

Ik maak me zorgen om gezinnen die het sociaal en financieel niet zo makkelijk hebben. Of waar de relaties thuis erg gespannen zijn. Nu het niet lukt om ergens met cliënten af te spreken, wordt er veel geappt. Bijvoorbeeld als partners in scheiding liggen. Dan krijg ik soms op de raarste tijden een appje. Dat geeft niks, ik ben allang blij dat ik kan helpen. Voor een aantal gezinnen in het AZC is het ook niet gemakkelijk. Zij zitten zo dicht op elkaar. Gelukkig heb ik goede afspraken gemaakt met het COA en de politie en heb ik veelvuldig contact. Dat zorgt toch voor een zekere nabijheid en geef ik de mensen het gevoel dat ik er toch voor ze kan zijn. 

In het begin heb ik meteen veel tips gezocht over thuiswerken in combinatie met kinderen. Gelukkig heb ik een fijne collega die mij er meteen op wees dat structuur heel belangrijk is. Daar kwam ik al heel snel achter! Als ik niet oppas, kom ik nauwelijks buiten. Nu hebben we wat routine opgebouwd en loopt het goed hier thuis. Er is wat meer balans. Ik mis mijn sociale contacten wel. Normaal gesproken ben ik kort en bondig als ik met iemand bel, nu zit ik soms wel een uur met vrienden aan de telefoon. Ik mis echter het samenzijn. De ramadan is nu begonnen en dit jaar zullen er geen iftars* plaatsvinden en we ontmoeten elkaar ook niet in de moskee. Het mooie is echter dat de saamhorigheid die bij de ramadan hoort eigenlijk al is ingezet. Dat is weer het goede van deze tijd: we hebben meer oog voor de ander en zorgen veel meer voor elkaar. We voelen verbondenheid. Ik hoop oprecht dat we dat vast blijven houden na de crisis. Hoe mooi zou dat zijn: een samenleving waar we weer echt SAMEN leven! Ik ga ervoor.

 

* Iftar is de maaltijd die gedurende de vastenmaand ramadan genuttigd wordt direct na zonsondergang.

Terug