Menu

'Sociaal werk is een vak, sta daarvoor'

'Sociaal werk is een vak, sta daarvoor'

Norbert Wijnhofen is Sociaal Werker van 2019 en een van de Associate members van Movisie. Hij is als ambassadeur van het vak uitgesproken: ‘Laat van je horen. Wat houdt je werk in? Waar loop je tegenaan? Wat gaat goed en wat minder goed? Het is een vak, sta daarvoor!’ Norbert gaat het debat aan op 14 november tijdens De agenda van het sociaal werk.

Norbert Wijnhofen: ‘Sociaal werker van het jaar zijn is zeker een eer. Ik zou het bijna een oeuvreprijs willen noemen, omdat ik al ruim dertig jaar werkzaam ben. Oorspronkelijk als psychiatrisch verpleegkundige, als Wmo-consulent en de laatste jaren als sociaal werker, en om dan zo’n prijs te mogen ontvangen. Nou, daar ben ik buitengewoon trots op. Niet alleen voor mezelf, maar ook voor de organisatie waar ik werk, Sterker sociaal werk in Nijmegen. Maar vooral ook voor het vak. Ik denk dat het heel goed is dat de branche een ambassadeur heeft, want het is gewoon een prachtig vak en dat mag gezegd worden.’

Hoe reageerden je collega’s op je uitverkiezing?

‘We hadden een prachtige afvaardiging vooraan in de zaal en die gingen helemaal loos. Dat was in de euforie van het moment. Maar ze waren ook supertrots geweest als ik het niet geworden was, en dat gold ook voor mezelf. Ik was echt niet teleurgesteld als ik het niet geworden was, maar ik heb er wel alles aan gedaan om het te worden. Ik heb bijvoorbeeld interviews gegeven, netwerkcontacten aangesproken, juist een bepaalde mening naar buiten uitgedragen waar je misschien gehoor voor vindt of juist niet. Ik heb getracht om mijn achtergrond daarin te verweven. Ik ben psychiatrisch verpleegkundige en sociaal werker en in de wijk is die kruisbestuiving nu nodig. In de decentralisaties, dat zegt het juryrapport ook, ben ik iemand die echt in deze tijdsgeest past. Daar ben ik trots op, dat mensen dat zien.’

‘Sociaal werkers zijn naar mijn mening te bescheiden. Ik zeg daar niet mee dat je onbescheiden of arrogant moet zijn. Dat vooral niet. Maar je mag best staan voor je beroep. Je hebt er een opleiding voor gevolgd. Je hebt kennis en ervaring opgedaan. Straal dat uit, deel dat met anderen. Want er zijn in het werkveld meerdere partijen betrokken en het sociaal werk is daar een van en ik hoor ons soms te weinig. En dat niet alleen: dat wat je te zeggen hebt, sneeuwt soms onder. Ik zou graag willen dat sociaal werkers meer initiatief nemen voor wat de Amerikanen storytelling noemen. Laat van je horen.  Wat houdt je werk in? Waar loop je tegenaan? Wat gaat goed en wat minder goed? Het is een vak, sta daarvoor. Uitroepteken. Laat als sociaal werker van je horen over wat anders kan, wat beter kan.’

Kun je wat meer over je werk vertellen?

‘Mijn overstap van de psychiatrie naar het sociaal domein was een bewuste keus. Ik wilde uit de psychiatrie (systeemwereld en medisch model) en in de wijk actief zijn, daar waar de mensen wonen (leefwereld en sociaal model). Ik werk nu in Nijmegen in een stadsbreed team, dus zit niet in één wijkteam, maar ik bezoek bewoners in alle wijken. Dat is om twee redenen. Ten eerste om toch ook iets aan wachtlijstbeheer te doen. Mensen moeten vaak lang wachten. En ten tweede kan ik zo ingevlogen worden bij complexe psychiatrische problematiek en zoals jullie weten krijgen we daar steeds meer van in de wijk.’

‘Een van de redenen dat ik deze prijs ook heb gewonnen is dat ik niet alleen maar vrienden heb gemaakt. Ik denk dat dat een hele goede eigenschap is van een sociaal werker. In België spreken ze van ‘politisering’ en in Nederland van ‘normatieve professionalisering’. Ik voel me meer thuis bij het begrip ‘professionele ongehoorzaamheid.’ De decentralisatie wordt vooral gedragen door de sociaal werkers. Moeten sociaal werkers hulp verlenen aan afzonderlijke individuen, of structurele misstanden aankaarten? Daarover gaan we op 14 november in debat. En ik? ‘Ik kleur graag buiten de lijntjes....., jij?’

Hoe ziet jouw dag eruit?

‘Normaal gesproken leg ik twee of drie keer per dag een huisbezoek af. Er is een aanmelding gedaan, er ligt een hulpvraag. Die ga ik in kaart brengen met het ‘wereldberoemde’ keukentafelgesprek. Voor de rest wordt er van mij ook verwacht dat ik de verslaglegging in orde maak en contacten met de gemeente heb als het een indicatie betreft waar een beschikking uit voortvloeit. Ik neem contact op met de zorgaanbieder die dat op zich moet nemen, etcetera, etcetera. Ik heb ook een consultatie en adviesfunctie naar collega’s. Omdat ik in een stadsbreed team werk vergaderen we minimaal, dus ik zie relatief heel veel mensen. Wij komen een keer in de drie weken twee uurtjes bij elkaar om te finetunen maar voor de rest ben ik alleen maar onderweg.’

Alleen aanvullende waarden leiden tot meerwaarden

‘Daarop aansluitend: ik geloof niet in generalisme. Ik geloof wel in een brede blik. Dat is prima. Maar het team waar ik in werk bestaat uit specialisten. Dat betekent dat als ik bijvoorbeeld signaleer dat er een traplift of een scootmobiel nodig is – daar heb ik echt geen verstand van – ik contact opneem met een hele goede ergotherapeut of expert op het gebied van voorzieningen in ons team. Anderzijds als die andere expert constateert dat er in een huishouding iets meer aan de hand is, bijvoorbeeld mishandeling, schulden of psychiatrie, dan komen zij bij mij of we trekken samen op. Als we elkaar nodig hebben weten we elkaar te vinden en vullen elkaar aan. Mijn slogan is: ‘alleen aanvullende waarden leiden tot meerwaarden’. (Lachend:) Die mag je erin houden. Ik vind dat onder andere belangrijk vanwege ervaringsdeskundigheid. Dat is een vak, een beroep. Als iemand dat daadwerkelijk zo benadert en uitdraagt dan heb ik die het liefst morgen nog bij het team. Ik heb eerder met ervaringsdeskundigen gewerkt. Op dit moment heb ik ze niet in mijn team en ook niet binnen de organisatie, maar ik heb wel de wens dat dit spoedig gaat gebeuren. De associated members van Movisie werken hieraan en ik lever graag een bijdrage.’

Waarom?

‘Ik kan op maandag een andere hulpvraag krijgen dan op dinsdag. Bijvoorbeeld op maandag belt de woningbouwvereniging dat iemand met elektriciteit rommelt. Het is misschien handig dat je dan samen een gesprek aangaat met die persoon. Dan heb ik geen ervaringsdeskundige nodig. Op dinsdag belt een mevrouw die in het verleden niet zulke goede ervaringen heeft gehad binnen de GGZ, maar toch moet ze voor een consult bij de huisarts terug naar de psychiater en is bang. Dan vind ik het fijn dat ik met een ervaringsdeskundige samen kan optrekken. Inlevend of invoelend vermogen is belangrijk.

Het is natuurlijk een misvatting dat je alles moet hebben meegemaakt om je te kunnen inleven in een ander. Ik gun bijvoorbeeld niemand een psychose. Dat is een hel. Alie Weerman heeft daar een prachtig stuk over gepubliceerd. Maar na ruim 30 jaar ervaring zowel op de opnameafdeling als in de wijk, achter de voordeur kan ik me echt wel inleven in wat dat voor die ander betekent. Dat is niet voor iedereen in de wijk weggelegd. De psychiatrie is pas in 2015 bij de kanteling naar de gemeente gekomen. Dus je kunt dat specialisme niet van iedereen verwachten. Sterker nog, er is een tekort aan.'

Bron: Movisie

Terug