Menu

Verhalen van een sociaal werker #4

Verhalen van een sociaal werker #4

Op zoek naar de juiste opstelling: met Norbert langs de velden van ggz en sociaal werk

Norbert Wijnhofen blikt terug op zijn eerste vier maanden als Sociaal werker van het jaar. De verbinding tussen ggz en sociaal werk is nu gelegd, landelijk en lokaal.

Op 13 maart 2019 werd ik verkozen tot Sociaal werker van het jaar. Vier maanden later blik ik terug op de vele contacten die daaruit volgden en wat die me hebben gebracht.

Ongehoorzamer, zelfbewust en trots

Sociaal werker zijn is tof, maar het is ook werken onder moeilijke omstandigheden en je verhouden tot tegengestelde belangen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het welbevinden van bewoners versus bezuinigingen in het sociaal domein. Die spagaat kwam ter sprake op het jaarcongres van Sociaal Werk Nederland. Eric van der Burg (voorzitter Sociaal Werk Nederland) was messcherp: Gemeenten vullen hun financiële tekorten op jeugdzorg en Wmo aan door te bezuinigen op sociaal werk. Bizar. Alsof je bij een opkomende mazelenepidemie zou stoppen met vaccineren zodat je meer geld hebt voor het verzorgen van patiënten die de mazelen hebben gekregen. Onze branche staat voor het sociaal vaccineren van mensen. Dus wethouders: bezuinig daar niet op, maar investeer erin! Zo verstevig je de samenleving.”

Vraag je creativiteit van ons? Prima, maar geef ons dan wel meer speelruimte

Van der Burg riep sociaal werkers ook op om ongehoorzamer te zijn en niet te dansen naar de pijpen van gemeenten: “beter achteraf om vergeving vragen dan vooraf om toestemming...”
Eens! Sociaal werkers moeten niet om toestemming vragen, wij hebben onze expertise. Sociaal werk is een vak. Men vraagt creativiteit van ons.
Ook vanuit de landelijke politiek kwam er op dat jaarcongres gelukkig steun voor sociaal werk. Zo stelde Tamara van Ark (staatssecretaris Sociale Zaken en Werkgelegenheid) “Ik vind het belangrijk dat jullie het vertrouwen krijgen dat je mag afwijken van de standaardwerkwijze als jullie professionaliteit daar om vraagt. Geef sociaal werkers een wettelijke basis om door te pakken.”

Ik ervaar de oproep van Van Ark als vertrouwen in sociaal werk én de decentralisatie. Blij mee, we gaan er stap voor stap mee verder. Sociaal werk is geen roeping, maar een prachtig vak, met passie. We spreken vaak van ‘zorg en welzijn’, dat rolt ook gemakkelijk over de tong. Maar zou het niet ‘welzijn en zorg’ moeten zijn? Voor mij staat welzijn namelijk voorop... Van der Burg heeft gelijk: wethouders, bezuinig welzijn niet kapot, investeer juist in die sociale basis!

“We stonden niet goed”

Een verliezend voetbalteam hanteert tegenwoordig nogal eens dit excuus: “We stonden niet goed.” Ook in het sociaal domein lukt het vaak niet om de bal goed rond te spelen en ieders kwaliteiten maximaal te benutten. Hoe komt dat toch als we eigenlijk allemaal hetzelfde willen, namelijk het beste voor de burgers?
Ik vroeg het aan Bauke Koekkoek (lector HAN; crisisdienst ggz). Hij zei: De benadering van ggz en sociaal werk verschilt als het gaat om wijkbewoner met een ernstige psychiatrische aandoening. Die hebben behalve de juiste pillen en behandeling vooral behoefte aan lichte ondersteuning bij het dagelijks functioneren: hulp met contacten opbouwen, werk, die vermaledijde administratie...”

Op het congres Verward gedrag voegde hij daar nog aan toe: “We moeten niet méér aandacht hebben voor verward gedrag, het moet vooral anders.”
Ook Henk van Dijk (Nationale Politie; Schakelteam Verward gedrag) liet daar van zich horen: “Ik ben geen fan van de marktwerking in de zorg en de houding van ‘ik ben wél hiervan, maar niet daarvan.” En: “Kijk naar de leefwereld van mensen. Wachtlijsten en het ontbreken van sociaalpsychiatrische expertise in de wijk maken samenwerking ingewikkeld.”

Ervaringsdeskundigheid kan verbindend werken

Ik hoorde Van Dijks gedachtengoed ook terug op een buurtthema-avond over leefbaarheid in de wijk, in mijn eigen Nijmeegse werkomgeving. Want daar is het allemaal om te doen: de wijk. Ook de bewoners en de woningbouw- en huurdersverenigingen willen meer betrokken worden bij bewoners met verward gedrag. Ze gaven aan dat er in de wijken een tekort bestaat aan expertise over verward gedrag.

Bij Movisie in Utrecht (thema: ‘ggz in de wijk’) hoorde ik vervolgens: “De systeemwereld zit de leefwereld behoorlijk in de weg; preventief en herstelgericht werken staan onder druk. Ervaringsdeskundigheid kan hierbij verbindend werken. Niet het budget is bepalend voor goede samenwerking tussen ggz en sociaal werk, maar de intrinsieke wil.” Interessante stelling!

Zo moet het dus: Leiden begeleidt bewoners met verward gedrag wél goed! 

Op werkbezoek bij Libertas Leiden stelde ik het volgende vast: ggz (Rivierduinen) en sociaal werk werken goed en prettig samen in de wijk. In heel Leiden. Ze betrekken in die samenwerking onder andere ook vrijwilligers en een vliegende brigade met ervaringsdeskundigen. Ik stond versteld! Op lokaal niveau kan het dus echt...

Op bestuurlijk vlak is de wil er op zich ook. Eric van der Burg: “GGZ Nederland en Sociaal Werk Nederland moeten op landelijk niveau aan tafel. Niet ieder zelf het wiel blijven uitvinden.”

Daarop nodigde ik als sociaal werker van het jaar GGZ Nederland uit voor een werkbezoek aan Nijmegen (Sterker sociaal werk). Gerard van Unen (GGZ Nederland) zei daar: “Voorheen liepen we als organisatie langs de lijnen van de ministeries. Maar twee jaar geleden wilden onze leden een meer inhoudelijke oriëntatie. Wat is nodig om werk, mentale gezondheid en gezond opgroeien op orde te krijgen?”

Ik vroeg Van Unen naar de stand van zaken. Hij stelde: “We ambulantiseren wel, maar de ggz werkt nog steeds vanuit de behandelsetting. We komen niet toe aan sociaal welzijn. De ggz moet breder kijken dan het eigen vak. Dus ook naar wat er in de wijk gebeurt.”

Jan Bannink (projectmanager Zorg en Welzijn, gemeente Nijmegen) reageerde meteen: “Wij willen de expertise vanuit de ggz zo graag in de wijk.” Waarop Van Unen zei: “Wij willen een kader van langdurige ggz dat stelselonafhankelijk is. Dat biedt kans op maatwerk. Daarover willen we de samenwerking aangaan, ook in de wijk en samen met de wijkteams. Zij weten wat er speelt. De ambitie is om gezamenlijk (GGZ Nederland, Sociaal Werk Nederland en anderen) bewoners met verward gedrag goed te begeleiden in de wijk. Meer aandacht voor preventie en herstelgericht werken is daarbij van groot belang.”

Moedig voorwaarts

Ik kijk met plezier terug op de afgelopen maanden als ambassadeur van het sociaal werk. Congressen, werkbezoeken: door elkaar te ontmoeten en beter te leren kennen ontstaat er vertrouwen, en dat is broodnodig voor een betere samenwerking. Nooit voor de vorm, maar altijd op inhoud! En met een gemeenschappelijk belang: we zijn allemaal bewoners, we hebben buren en wonen veelal in een wijk. Prettig wonen en overlast zijn subjectieve begrippen; objectief gezien ontbrak het aan de juiste samenwerking. Die verbinding tussen ggz en sociaal werk is nu gelegd! Landelijk! Doen wat nodig is voor hen die dat het hardste nodig hebben, dát is de essentie van sociaal werk. En daar hebben we de ggz (de sociale psychiatrie) en anderen heel hard bij nodig. In Den Haag én in de wijk.”

Na de zomervakantie gaan GGZ Nederland en Sociaal Werk Nederland volwaardig die samenwerking aan. Samen moedig voorwaarts. Zodat we nooit meer hoeven te zeggen: “We stonden niet goed…”

Terug